Veel gestelde vragen

Verantwoording en toelichting bij de OPP-trap (versie augustus 2023)

OPP-trap – De basis

1. Waarvoor kan de OPP-trap gebruikt worden?

De OPP-trap is een communicatiemiddel waarmee het ontwikkelingsperspectief met ouders en leerling besproken kan worden. De trap biedt visuele ondersteuning bij 1) het opstellen van het OPP en 2) het monitoren en evalueren van het OPP. Daarbij horen de volgende twee vragen:

  • Waar (in welke ‘stroom’) zit de leerling qua leerontwikkeling nu? Wat betekent dit voor de geplande uitstroombestemming?
  • Zitten we qua leerrendement nog op koers richting de geplande uitstroombestemming?

2. Wat geeft de trap weer?

De trap geeft alleen maar de leerontwikkeling tot nu toe weer. Dit doet geen uitspraak over de geplande leerontwikkeling. Die uitspraak vergt ‘wikken en wegen’ en dat moeten betrokkenen zelf doen door de voor het onderwijs relevante factoren van de leerling en de onderwijsleer- en opvoedingssituatie te analyseren. Ze leggen de lat daarbij hoog. Het ontwikkelingsperspectief is immers niet alleen afhankelijk van het leerrendement tot nu toe, maar ook van bevorderende en belemmerende factoren van de leerling (zoals werkhouding, sociaal-emotioneel functioneren, talenten, interesses en intelligentieniveau), evenals de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsondersteunend gedrag van ouders. Voor meer informatie, zie de brochure “OPP in het basisonderwijs: wie, waarom, wanneer en hoe?” (PO raad, www.poraad.nl).

3. Waarop zijn de V(S)O - routes (of stromen) gebaseerd?

Om de routes naar de verschillende niveaus van voortgezet onderwijs weer te geven, is eerst het verwachte instroomniveau van het voortgezet onderwijs bepaald op basis van de criteria die gelden in regio Het Gooi en omstreken. Op grond hiervan is een logische route “terug geredeneerd”. Dit heeft geleid tot de verschillende stromen. De functioneringsniveaus kunnen worden aangeklikt in de OPP-trap en dat leidt dan tot een weergave van waar de leerling globaal scoort ten opzichte van het voortgezet onderwijs. Het gebruik van functioneringsniveaus maakt het mogelijk om verschillende vakken en toetsen in één grafiek weer te geven.

4. Verloopt de leerontwikkeling wel zo lineair als de OPP-trap doet vermoeden?

In de OPP-trap lijkt het alsof de vaardigheden op verschillende vakken zich op een gelijke manier ontwikkelen en dat de vaardigheidsgroei bij elk vak lineair is. In werkelijkheid is dit niet het geval. Toch is ervoor gekozen om de leerontwikkeling op deze manier weer te geven, omdat het anders onmogelijk is om de verschillende prestaties van een leerling in één figuur weer te geven en te vergelijken. Daarnaast kan de groei in functioneringsniveau wel als lineair beschouwd worden, aangezien dit een ontwikkeling in de tijd betreft: steeds een half jaar verder. Voor een volledige en juiste weergave van de vaardigheidsgroei per vak: maak gebruik van de rapportage van de toetsuitgever.

OPP-trap – Hoe in te vullen

5. Hoe gebruik ik de OPP-trap?

Algemeen
De OPP-trap is een globale weergave van de didactische ontwikkeling van een leerling en bedoeld als communicatiemiddel. Voor precieze scores en een analyse van scores, is het van belang om de uitslagen van het leerlingvolgsysteem (bijvoorbeeld ParnasSys of het computerprogramma CITO LOVS) aan te houden. Print de OPP-trap in kleur en benut deze als visuele ondersteuning bij het bespreken van de geplande uitstroombestemming. De gekleurde ‘stromen’ geven een globale (en soms ook een voorlopige) inschatting van het type V(S)O.

Voor het invullen van de OPP-trap zijn de functioneringsniveaus van een leerling nodig. Deze functioneringsniveaus kunt u vinden op een uitdraai van de niet-methodetoetsen van uw digitale leerlingvolgsysteem (zoals ParnasSys of CITO LOVS). Het invullen van vaardigheidsscores is optioneel. Aangeklikte functioneringsniveaus zijn terug te zien als een punt in de OPP-trap.

Er zijn functioneringsniveaus met in de naam ‘B’ (begin groep). Deze vallen in de OPP-trap op het punt eind-midden. Bijvoorbeeld B5 word in de grafiek geplaatst op de plek E4M5. In uitzonderlijke gevallen kan het voorkomen dat er op de uitdraai van uw digitale leerlingvolgsysteem een functioneringsniveau staat dat u niet kunt aanklikken in de OPP-trap. Dan kunt u zelf bedenken welk functioneringsniveau uit de OPP-trap het best passend is (het dichtst zit bij het functioneringsniveau op de uitdraai) en dit aanklikken. Het is ook een optie om het leeg te laten en op de uitgeprinte versie het functioneringsniveau te schrijven en in de OPP-trap te tekenen.

Belangrijk! Maak voor elke leerling gebruik van het oorspronkelijke, gedownloade bestand en maak bij het invullen van vaardigheidsscores NOOIT gebruik van de functies ‘knippen’, ‘kopiëren’ of ‘plakken’. Dit verstoort de onderliggende formules in de OPP-trap. Vul de gegevens één voor één in voor correct gebruik.

 

Wat vul ik waar in?

Algemene gegevens:

  • Vul bovenaan op pagina 1 de naam en geboortedatum van de leerling in. Aanvullend kan de datum van het maken van de OPP-trap en eventuele opmerkingen (bijvoorbeeld over een doublure) worden ingevuld.

Technisch lezen AVI:

  • Vul op pagina 1 het beheersingsniveau in. Dit niveau wordt weergegeven in de OPP-trap. De hoogste AVI score is AVI plus. Deze score zal nooit in HAVO/VWO kunnen vallen vanaf een DL 55, omdat AVI plus overeenkomt met functioneringsniveau M8 (wat in VMBO-GL/TL ligt bij DL 55).

DMT, Spelling, Begrijpend lezen en Rekenen:

  • Klik op pagina 1 per toets aan welk functioneringsniveau is behaald. Dit functioneringsniveau wordt weergegeven in de OPP-trap. Vul ook de vaardigheidsscore (Resultaat in VS) in die de leerling heeft gehaald, om een gedetailleerder beeld te krijgen van de scores van de leerling. Bij de automatische OPP-trap zorgde de vaardigheidsscore voor het automatisch weergeven van het functioneringsniveau. Dat is nu niet meer het geval. Bij elke toets kunt u toevoegen welke versie is gebruikt (bij ‘welke versie’), maar dat hoeft niet voor een juiste weergave in de OPP-trap.

6. Wat als een leerling functioneringsniveau M8 of hoger scoort? Waarom zijn er bij scores op functioneringsniveau M8 opties met I t/m III scores?

Vanaf functioneringsniveau M8 betekent het dat een leerling minimaal in het VMBO GL/TL gebied scoort bij DL 55 (= midden groep 8). Voor deze leerlingen geven de I t/m V scores een gedifferentieerder beeld dan de functioneringsniveaus. Je wilt namelijk weten ‘hoe goed’ ze de stof van ‘midden groep 8’ beheersen. Daarom moet (en kunt) u vanaf functioneringsniveau M8 aangeven of een leerling een I, II of III-score heeft gehaald op de M8-toets. Alleen dan komt het stipje in de grafiek op de goede plek.

Toelichting: de I t/m V-scores worden bij DL 55 als volgt weergegeven in de grafiek van de OPP-trap:

  • I en II-scores vallen in HAVO/VWO (weergegeven ter hoogte van “hokje boven E8” en “E8” in de trap).
  • III-scores vallen in VMBO GL/TL (weergegeven ter hoogte van “M8” in de trap).
  • IV-scores vallen in principe in VMBO Kader of op de randen van het gearceerde gebied. Analyse is dan belangrijk (zie vraag 7).
  • V-scores zijn geen functioneringsniveau M8 op een leeftijdsadequate toets, dus niet van toepassing.

Deze indeling is aangehouden, omdat dit de criteria zijn voor het voortgezet onderwijs in de regio waar de OPP-trap is ontwikkeld (regio Het Gooi en omstreken). Houd hier bij de interpretatie van de OPP-trap dus rekening mee als in uw regio andere criteria gelden. Aanpassingen van de OPP-trap aan de criteria in uw regio zijn helaas niet mogelijk. 

7. Een score valt op de grens van twee VO-stromen, of in het gearceerde gebied. Wat moet ik doen?

Vanaf OPP-trap versie 3.0 is een gearceerd gebied (grensgebied) gemaakt tussen VMBO Basis en VMBO Kader. Voor alle scores die in een grensgebied of op de grens van twee VO-stromen uitkomen geldt: kijk goed naar de bij vraag 2 genoemde factoren en bekijk de behaalde scores zorgvuldig. Maak op basis daarvan een afweging wat het best passende ontwikkelingsperspectief is voor de leerling. Hierbij speelt ook mee welke criteria er in uw regio gelden. Realiseer u ook dat toetsen een momentopname zijn, scores een betrouwbaarheidsinterval hebben en de OPP-trap slechts een communicatiemiddel is.

8. Ik heb mijn leerling getoetst met de B8 toets aan het begin van groep 8. Waar vul ik deze score in in de OPP-trap?

In de OPP-trap kunt u alleen scores invullen bij het eind van een groep (bijvoorbeeld eind groep 7: E7) en bij het midden van een groep (bijvoorbeeld midden groep 8: M8). Ook bij groep 8 is dit het geval: het is technisch niet mogelijk om een B8 moment toe te voegen aan de OPP-trap. Er zijn 2 dingen die u wel kunt doen:

  • De gegevens invullen bij het midden 8 toetsmoment (DL 55; M8). Het is belangrijk om u te realiseren dat het stipje in de grafiek inderdaad eigenlijk iets naar links zou moeten liggen. Waar precies is afhankelijk van de maand dat u de toets afnam en dus de didactische leeftijd van de leerling bij het afnemen van de toets.
  • Een print maken van de OPP-trap en het stipje zelf met pen of potlood in de grafiek tekenen bij de juiste didactische leeftijd.

We realiseren ons dat dit wat extra moeite is. Tegelijkertijd is en blijft de OPP-trap een communicatiemiddel naar ouders en leerlingen. Door de hierboven genoemde opties kan het OPP alsnog voldoende met ouders en leerlingen worden besproken.

9. Kan ik nog meer invullen dan de vier basisvakken?

Ja, dat kan. In het onderste vak op pagina 1 kunt u een zelfgekozen vak invullen, bijvoorbeeld CITO Woordenschat, of een leerlijn zoals beschreven door de CED-groep.

  • Typ op pagina 1 in welk vak het betreft. Dit wordt overgenomen in de legenda bij de OPP-trap op pagina 2.
  • Klik per toets het behaalde functioneringsniveau aan.
  • Als dit vak vaardigheidsscores heeft, kunt u deze ook invullen.

Wilt u geen gebruik maken van een extra vak? Dan laat u deze en de bijbehorende rijen leeg.

10. Ik wil nog andere informatie over de leerling opschrijven in de OPP-trap. Kan dat?

Er is ruimte gecreëerd voor ‘opmerkingen’. Hier kunt u op pagina 1 extra informatie over de leerling noteren. Het maximaal aantal woorden betreft de grootte van de het vak. Mocht dit niet voldoende zijn, dan kunt u zelf met pen/potlood extra informatie op de uitgeprinte versie van de OPP-trap schrijven.

11. Waarom is er geen automatische OPP-trap meer beschikbaar?

Om een automatische OPP-trap te maken, zijn papieren normtabellen nodig en is het nodig dat wij op de hoogte zijn van veranderingen in de normering. Echter: met de invoering van Leerling in Beeld worden door CITO geen papieren normtabellen meer beschikbaar gesteld. Ook worden veranderingen in de normering wel doorgevoerd bij CITO LOVS en Parnassys, maar niet (meer) expliciet gemeld door CITO.

CITO heeft aangegeven dat er geen (groot) verschil is in de normering tussen Leerling in Beeld en CITO 3.0. De normering loopt als het ware door. Echter, er is gebleken dat er (kleine) veranderingen in de digitale normering zijn gedaan (van CITO 3.0). Dat maakt dat in de automatische OPP-trap kleine afwijkingen waren ten opzichte van een uitdraai van bijvoorbeeld CITO LOVS of Parnassys. Een bepaalde vaardigheidsscore leidt dan tot een net ander functioneringsniveau (bijvoorbeeld tot M6E6 in plaats van E6). Dit alles maakt dat er is besloten geen (vernieuwde) automatische OPP-trap te ontwikkelen: dit is niet mogelijk en onvoldoende betrouwbaar.

OPP-trap – Ontwikkelingen

12. Moet ik de nieuwe OPP-trap (‘OPP-trap 2023 handmatig’) gaan gebruiken voor leerlingen die nu een andere OPP-trap hebben?

Alleen als u gebruik maakt van ‘OPP-trap 2021 handmatig v1’ kunt u deze blijven gebruiken. In alle andere gevallen adviseren wij om gebruik te gaan maken van de nieuwe OPP-trap (‘OPP-trap 2023 handmatig’). Deze is handmatig in te vullen en geeft dan een correct en betrouwbaar beeld. Gebruik de OPP-trap daarna waarvoor deze is bedoeld: een communicatiemiddel met een globale weergave van de didactische ontwikkeling van een leerling.

Bij blijvend gebruik van de automatische OPP-trap bestaat er het risico op fouten, omdat recente veranderingen in de normering niet zijn meegenomen in de automatische OPP-trap.

13. Vanwege het COVID-19 virus heb ik op een ander moment getoetst. Waar voer ik deze scores in in de OPP-trap?

Ons advies is om de toets in te voeren bij het oorspronkelijk geplande toetsmoment, omdat het technisch niet mogelijk is het toetsmoment te verplaatsen in de OPP-trap. Bijvoorbeeld als u in maart hebt getoetst, kunt u de scores bij ‘midden groep …’ invullen.

Wanneer u later toetst dan het oorspronkelijke toetsmoment is het wél belangrijk dat u zich realiseert dat het toetsmoment eigenlijk wat later is geweest. Dit betekent dat het puntje in de trap eigenlijk een klein stukje naar rechts zou moeten liggen. U kunt dit handmatig aangeven door het met een pen te verschuiven, er een rondje om te zetten of het bij ‘opmerkingen’ te noteren.

Daarnaast is het goed u te realiseren dat de OPP-trap een globale weergave van de situatie is en bedoeld is als visuele ondersteuning om het OPP met de betrokkenen te bespreken.

14. Wij gaan werken met CITO Leerling in beeld, welke OPP-trap moet ik gebruiken? En wij werken met een ander leerlingvolgsysteem dan CITO (IEP, Diataal, Boom). Kan ik deze resultaten ook invoeren in de OPP-trap?

  • Voor CITO Leerling in beeld

De OPP-trap is indertijd ontwikkeld om toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem van CITO in één figuur te kunnen weergeven. CITO Leerling in beeld kunt u invullen in de handmatige versie van de OPP-trap (OPP-trap 2023 handmatig) die te downloaden is op de website. Ook scores van CITO 3.0 kunt u invoeren in deze OPP-trap. De automatische OPP-trap kunt u niet meer gebruiken. Zie voor meer informatie daarover vraag 11.

  • Voor Diataal 

Scores van Diataal zijn ook in te voeren in de OPP-trap. In samenwerking met Diataal is besproken dat vanaf januari 2023 het mogelijk is om de OPP-trap in te vullen. De uitslagen komen inhoudelijk en cijfermatig voldoende overeen om in de OPP-trap opgenomen te kunnen worden. Daarmee is het mogelijk om de functioneringsniveaus van een leerling die getoetst is met Diataal op te nemen in de handmatige versie van de OPP-trap. De functioneringsniveaus zijn te vinden in Parnassys. Dit kan ook via Diagroeiwijzer. Hiervoor moet je zijn ingelogd bij Diataal en klik dan op deze link: www.diatoetsen.nl/toetsbeheer/hulp/Volgtoetsen/resultaten-2/. De naamgeving van de vakken verschilt tussen CITO en Diataal (Diatekst, Diaspel, Diacijfer). Dit kan met pen/potlood worden aangepast op een print.

  • Voor Boom LVS

Vanaf juni 2024 kun je de functioneringsniveaus van een leerling die getoetst is met de Boom LVS-volgtoetsen ook opnemen in de handmatige versie van de OPP-trap. Met behulp van een omzettingstabel kun je de gerapporteerde DLE van elke Boom LVS-toets vertalen naar het bijpassende functioneringsniveau. Deze gegevens kunnen overgenomen worden in de OPP-trap. Dit is de link naar de betreffende tabel: https://boomlvs.bua.nl/media/2/stappenplan_boom_lvs_resultaten_invoeren_in_de_opp.pdf

In de OPP-trap wordt de naamgeving gebruikt van CITO-toetsen. Dat betekent dat waar in de OPP-trap Cito Begrijpend Lezen staat, Boom LVS BL wordt bedoeld. Het is een optie om dit zelf met pen/potlood op de print aan te passen.

 

  • Voor IEP

Het is helaas niet mogelijk om IEP in te voeren in de OPP-trap. De OPP-trap is gebaseerd op en ontwikkeld vanuit CITO-toetsen en CITO-scores. Daarnaast bieden deze aanbieders geen functioneringsniveaus. Daarom is een andere toets niet zomaar te vertalen naar en in te voeren in de OPP-trap.

15. Is het mogelijk om van de OPP-trap een eigen versie te laten maken waarin ook andere gegevens in te vullen zijn?

Bij het (door)ontwikkelen van de OPP-trap is zo veel mogelijk tegemoetgekomen aan wensen uit het veld. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk geworden om de DMT in te vullen en een vak naar keuze op te nemen. Het doel van de OPP-trap is heldere communicatie over het OPP aan betrokkenen. Wanneer er nog meer vakken en/of extra informatie in worden opgenomen, is het risico dat er te veel informatie in de trap komt, waardoor deze niet meer overzichtelijk is. Daarom kunnen we aan wensen voor extra vakken of andere extra informatie geen gehoor geven. Ook is het niet mogelijk om individuele aanpassingen te doen aan de OPP-trap. Wanneer u zelf graag toch extra informatie in de OPP-trap wilt, wordt geadviseerd dit er handmatig (met pen of potlood) aan toe te voegen op de print.

OPP-trap – Scores interpreteren

16. Wat te doen bij een doublure? En wat te doen bij versnellen (groep overslaan)?

Doubleren

Wanneer een leerling één van de groepen 3 t/m 8 heeft gedoubleerd, kan bij het doorlopen van de laatste groep in het document gebruik worden gemaakt van ‘(65)’ en ‘(70)’ (ook wel twee extra keer ’60’ genoemd). Op die manier is er voldoende ruimte om alle resultaten weer te geven.

Let op: het groepsverloop zoals onderaan in de grafiek weergegeven, klopt dan voor deze leerling niet meer. Dit moet bijvoorbeeld groep 3-4-4-5-6-7-8 zijn bij een doublure in groep 4. Dit is niet aan te passen in het document, maar kunt u zelf met pen aanpassen op een geprint exemplaar.

Ook kan ervoor gekozen worden om alleen het tweede gedoubleerde jaar in de OPP-trap op te nemen (in dit geval de tweede keer groep 4), omdat dit vaak een eerlijker beeld geeft. Let dan wel op dat bij een eventuele LWOO of PrO aanvraag (o.b.v. leerrendement) de trap bij DL 55 geen goed beeld meer geeft. Bij deze leerling moet namelijk een score (leerrendement) berekend worden over DL 60 (en niet over DL 55).

Bij een doublure zal wellicht gebruik gemaakt worden van DL 60, 65 en 70. Voor deze DL’s geldt dat alleen vaardigheidsscores horend bij een I-score in HAVO/VWO kunnen worden weergegeven. Overige scores zullen altijd in VMBO-GL/TL of lager worden geplot.

 

Versnellen

Het invullen van de OPP-trap voor deze leerlingen heeft geen meerwaarde, omdat de OPP-trap is ontwikkeld voor kinderen met leerachterstanden. Leerlingen die versnellen hebben veelal I-scores, waardoor qua uitstroom gedacht wordt aan HAVO/VWO. Bij deze stroom geeft de OPP-trap een minder gedifferentieerd en minder betrouwbaar beeld en heeft daardoor weinig toegevoegde waarde.

17. Wat als een leerling meerdere keren < M3 behaalt?

Als een leerling een vaardigheidsscore haalt die overeenkomt met een functioneringsniveau lager dan M3 niveau, dan wordt dit weergegeven als <M3 en geplot op de x-as van de grafiek. Wanneer een leerling dit meerdere keren haalt, lijkt het in de grafiek alsof deze leerling geen groei laat zien. Ga dan na of dit daadwerkelijk het geval is door de vaardigheidsscores (en het eventuele leerrendementen) te analyseren.

18. Mijn OPP-trap geeft geen functioneringsniveau // geen puntjes // zet alle puntjes en lijnen op de horizontale as bij één of meer vakken // geeft alleen maar hele hoge puntjes in de grafiek // de OPP-trap ziet eruit als een staafdiagram. Wat moet ik doen?

Controleer of u de functioneringsniveaus heeft aangeklikt en niet alleen vaardigheidsscores heeft ingevuld op pagina 1. In de huidige, handmatige versie van de OPP-trap moet u dit namelijk zelf doen, voordat iets wordt weergegeven in de OPP-trap.

Check of u de OPP-trap heeft geopend in Microsoft Excel en niet in Google Sheets. Dit laatste is vaak het geval als u op een Chromebook werkt. De OPP-trap werkt alleen in Microsoft Excel. Zie voor meer informatie veelgestelde vraag 22.

Mocht dit alles het geval zijn en de grafiek blijft nog steeds iets anders weergeven dan wat u in de tabel op pagina 1 heeft ingevuld, dan wordt geadviseerd opnieuw de OPP-trap te downloaden van www.opptrap.nl. Vervolgens vult u in deze nieuwe trap de behaalde scores in. Waarschijnlijk is de trap die u gebruikte op een of andere manier beschadigd. De nieuw gedownloade versie zal wel werken.

Ook in andere situaties dat de OPP-trap niet werkt: download een nieuwe OPP-trap van de site en vul daar (één voor één) de gegevens opnieuw in. Maak bij het invullen van vaardigheidsscores NOOIT gebruik van de functies ‘knippen’, ‘kopiëren’ of ‘plakken’. Dit verstoort de onderliggende formules in de OPP-trap. Vul de gegevens één voor één in voor correct gebruik.

19. Wanneer is een score onbetrouwbaar?

Als een leerling een jaar hoger of lager scoort/functioneert dan de afgenomen toets, is de afgenomen toets onbetrouwbaar. Er moet dan terug-getoetst (een lagere toets afnemen) of door-getoetst (een hogere toets afnemen) worden, omdat deze toets dan te makkelijk of te moeilijk was voor deze leerling. In het digitale leerlingvolgsysteem (bijvoorbeeld CITO of ParnasSys) is dit bij de uitslagen van de CITO-toetsen vaak aangegeven doordat er een > of < teken wordt gebruikt bij het functioneringsniveau (bijvoorbeeld >M5 of <E7). De vaardigheidsscore is dan onvoldoende betrouwbaar en kan leiden tot een functioneringsniveau dat niet klopt. Dit is uiteraard niet de bedoeling. Zie de handleiding van de toetsuitgever voor meer informatie over het juiste gebruik en de juiste interpretatie van vaardigheidsscores en functioneringsniveaus.

20. Waarom werkt de OPP-trap niet met DLE’s?

De OPP-trap werkt met vaardigheidsscores en functioneringsniveaus, omdat deze scores de meest betrouwbare maat zijn voor het functioneren van een leerling. Voor toelating tot het VMBO met Leerwegondersteuning (LWOO) en Praktijkonderwijs (PrO) wordt echter vaak nog gebruik gemaakt van het leerrendement/leerachterstand op basis van DLE’s. Op grond van het leerrendement in DLE kan een leerling (net) in een andere route scoren dan op grond van diens vaardigheidsscore. Daarom is het belangrijk om voor deze leerlingen ook de DLE’s te gebruiken en te analyseren.

21. Hoe verhouden I t/m V-scores zich tot functioneringsniveaus?

Een vaardigheidsscore op een bepaalde toets kan worden omgezet naar a) een I t/m V-score en b) een functioneringsniveau. Aan het berekenen van de I t/m V-scores en het functioneringsniveaus liggen verschillende normtabellen ten grondslag. En daarmee is er geen ‘eenduidige’ verhouding tussen deze verschillende scores en niveaus. In de OPP-trap wordt tot en met functioneringsniveau E7 gebruik gemaakt van functioneringsniveaus. Vanaf M8 wordt gebruik gemaakt van de I t/m V-scores.

Het is belangrijk dat in ontwikkelingsperspectieven en schooladviezen rekening wordt gehouden met alle verschillende factoren die daarin meewegen (zie vraag 2). Toetsscores kunnen op verschillende manieren worden genormeerd, zoals hierboven uitgelegd. Daarmee is het aan de school zelf om te kijken welke input het beste gebruikt kan worden om een passend OPP en VO-advies te bepalen voor een leerling. Voor de ene leerling is dat een I t/m V-score (zie ook vraag 6), voor de ander het functioneringsniveau.

Belangrijke conclusie: de OPP-trap is enkel en alleen als een globale weergave en communicatiemiddel te gebruiken! De geplande uitstroombestemming moet bepaald worden op grond van alle bij vraag 2 genoemde factoren van de leerling en diens omgeving en de geldende VO-criteria in uw regio.

OPP-trap – Overig

22. Welk systeem/programma is vereist voor de OPP-trap? Ik werk met een Chromebook, kan ik dan de OPP-trap gebruiken?

De OPP-trap werkt alleen in Excel voor Windows 2007 of hoger. In eerdere Excelversies zullen bepaalde functies niet (volledig) worden weergegeven of kan de opmaak worden verstoord. De OPP-trap werkt verder niet goed in Office voor Mac.

Bij het werken op een Chromebook wordt gebruik gemaakt van Google Workspace met daarin Google Sheets (in plaats van Microsoft Excel). De OPP-trap kan niet worden gebruikt in Google Sheets, want met het openen hierin wordt de OPP-trap beschadigd. De layout, de geavanceerde functies en de beveiliging worden niet ondersteund in Google Sheets en daarmee komt er geen juiste werking en weergave van de OPP-trap. Het is het technisch niet mogelijk een aangepaste versie te ontwikkelen die wel kan functioneren in/met Google Sheets. Als u gebruik wilt maken van de OPP-trap, heeft u dus Microsoft Excel nodig.

23. Hoe weet ik of er een nieuwe versie is?

Wanneer er een nieuwe versie van de OPP-trap beschikbaar is, wordt deze op www.opptrap.nl geplaatst. Op deze site vindt u tevens meer informatie over de OPP-trap.

24. Wie heeft de OPP-trap ontwikkeld?

De OPP-trap is indertijd ontwikkeld door drs. J.E. Jongbloed – van Wijngaarden (SBO Het Mozaïek te Hilversum) en wordt nu door verschillende gedragswetenschappers van Stichting Elan onderhouden.

25. Heb ik toestemming nodig voor het gebruiken van de OPP-trap?

De OPP-trap is ontwikkeld als hulpmiddel in de communicatie over het OPP van een individuele leerling en mag kosteloos gebruikt worden. De OPP-trap mag echter niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming via [email protected] worden gepubliceerd (in welke vorm dan ook) of overgenomen worden op een andere website dan www.opptrap.nl. Ook mag het document niet worden aangepast (op welke manier en in welke vorm dan ook). Naast auteursrechtelijke overwegingen, blijft op deze manier de kwaliteit van het document gewaarborgd. De kwaliteit is namelijk niet langer te garanderen als dingen worden aangepast door anderen. Het is wel toegestaan om de OPP-trap te downloaden en voor intern gebruik op een computer/server op te slaan. Hierbij wordt geadviseerd om regelmatig op www.opptrap.nl na te gaan of er nieuwe versies beschikbaar zijn. Daarnaast wordt geadviseerd om voor elke nieuwe leerling het oorspronkelijke bestand te gebruiken (en niet een bestaande leerling aan te passen). Op die manier maakt u altijd gebruik van de meest recente en kloppende versie. Neem hierbij de hierboven beschreven toelichting in het document zorgvuldig in acht. De OPP-trap is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid ontwikkeld. De ontwikkelaars zijn niet aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade die zou kunnen ontstaan door het gebruik van het document.

26. Ik heb een belangrijke andere vraag die hierboven nog niet is beantwoord. Wat kan ik doen?

Ga eerst goed na of uw vraag hierboven nog niet is beantwoord. Als u geen antwoord vindt en niet verder kunt, kunt u een bericht sturen naar [email protected].