Verantwoording en toelichting bij de OPP-trap in de vorm van veel gestelde vragen

versie januari 2018

 

1. Waarvoor kan de OPP-trap gebruikt worden?

De OPP-trap is een communicatiemiddel waarmee het ontwikkelingsperspectief met ouders en leerling besproken kan worden. De trap biedt visuele ondersteuning bij twee vragen:

–          Bij het opstellen van het OPP: waar (in welke ‘stroom’) zit de leerling qua leerontwikkeling nu? Wat betekent dit voor de geplande uitstroombestemming?

–          Bij het monitoren en evalueren van het OPP: zitten we qua leerrendement nog op koers richting de geplande uitstroombestemming?

 

2. Wat geeft de trap weer?

De trap geeft alleen maar de leerontwikkeling tot nu toe weer. Het doet geen uitspraak over de geplande leerontwikkeling. Die uitspraak vergt ‘wikken en wegen’. Dat moeten betrokkenen zelf doen door de voor het onderwijs relevante factoren in de leerling en de onderwijsleer- en opvoedingssituatie te analyseren. Ze leggen de lat daarbij hoog. Het ontwikkelingsperspectief is immers niet alleen afhankelijk van het leerrendement tot nu toe, maar ook van bevorderende en belemmerende factoren van de leerling (zoals werkhouding, sociaal-emotioneel functioneren, talenten, interesses en intelligentieniveau), evenals de kwaliteit van het onderwijs en het onderwijsondersteunend gedrag van ouders. Voor meer informatie, zie de brochure “OPP in het basisonderwijs: wie, waarom, wanneer en hoe?” (PO raad, 2013, www.poraad.nl).

 

3. Verloopt de leerontwikkeling wel zo lineair als de OPP-trap doet vermoeden?

In de OPP-trap lijkt het alsof de vaardigheden op verschillende vakken zich op een gelijke manier ontwikkelen en dat de vaardigheidsgroei bij elk vak lineair is. Maar in werkelijkheid is dit niet het geval. Toch is ervoor gekozen om de leerontwikkeling op deze manier weer te geven, omdat het anders onmogelijk is om de verschillende prestaties van een leerling in één figuur weer te geven en te vergelijken. Daarnaast kan de groei in functioneringsniveau wel als lineair beschouwd worden, aangezien dit een ontwikkeling in de tijd betreft: steeds een half jaar verder. Voor een volledige en juiste weergave van de vaardigheidsgroei per vak, wordt verwezen naar het Alternatief Leerling-rapport van CITO.

 

4. Waarop zijn de V(S)O – routes (of stromen) gebaseerd?

Om de routes naar de verschillende niveaus van voortgezet onderwijs weer te geven, is eerst het verwachte instroomniveau van het Voortgezet Onderwijs bepaald. Op grond hiervan is een logische route “teruggeredeneerd”. Dit heeft geleid tot de verschillende stromen. De precieze criteria van het Voortgezet Onderwijs verschillen echter per regio (per vak) in Nederland. Daarnaast verschillen functioneringsniveaus soms iets van I t/m V scores. Daarom moet, zoals aangegeven, dit document enkel en alleen als een globale weergave en communicatiemiddel gebruikt worden (zie vraag 1). De geplande uitstroombestemming moet bepaald worden op grond van alle bij vraag 1 genoemde factoren van de leerling en diens omgeving en de geldende VO-criteria in uw regio.

 

5. Waarom is er een automatische en een handmatige versie van de OPP-trap? Wanneer gebruik ik welke versie?

 

OPP-trap versie 2.5 automatisch

Voor leerlingen die CITO LOVS toetsen hebben gemaakt met ‘2.0 normen’, kunt u gebruik maken van de automatische versie van de OPP-trap. Dit betreft dus de CITO LOVS voor Speciale leerlingen en de ‘gewone’ CITO LOVS. De OPP-trap versie 2.5 automatisch maakt gebruik van de update van de normering voor CITO voor Speciale leerlingen van december 2013. Voor deze leerlingen wordt de behaalde vaardigheidsscore door Excel automatisch omgezet in het functioneringsniveau op basis van de genoemde normering. Zie vraag 6a voor hoe u deze versie gebruikt.

CITO zegt het volgende in de handleidingen van de toetsen: “De indeling in functioneringsniveaus baseren we op niet-afgeronde vaardigheidsscores. Voor de werkbaarheid bij handmatige scoring hebben we in de tabellen de vaardigheidsscores echter op hele getallen afgerond. Hierdoor kunnen bij eenzelfde vaardigheidsscore kleine verschillen ontstaan tussen de rapportage van functioneringsniveaus bij handmatige scoring en bij invoering in het Computerprogramma LOVS.”

Voor de OPP-trap is gebruik gemaakt van deze papieren normtabellen van CITO. Daardoor kan een functioneringsniveau iets afwijken van het functioneringsniveau dat gegeven wordt door het computerprogramma LOVS of een ander digitaal leerlingvolgsysteem (bijvoorbeeld Parnassys).

CITO geeft aan dat de vaardigheidsscores die een leerling haalt op een ‘reguliere’ CITO toets vergelijkbaar zijn met de scores op de toetsen voor Speciale Leerlingen. Echter, aan de vaardigheidsscores van ‘reguliere’ CITO toetsen zijn officieel geen functioneringsniveaus gekoppeld. Wanneer vaardigheidsscores uit ‘reguliere’ CITO toetsen in dit document worden gebruikt, wordt het dus op grond van de normering van CITO voor Speciale Leerlingen omgezet naar een functioneringsniveau.

 

OPP-trap versie 2.5 handmatig

CITO is op dit moment stapsgewijs bezig met de invoering van de 3.0 toetsen. Om een OPP-trap te maken die automatisch werkt voor de 3.0 normen van CITO, is het nodig dat van alle functioneringsniveaus bekend is welke vaardigheidsscore bij welk functioneringsniveau hoort. Op dit moment is dat nog niet het geval. De verwachting vanuit CITO is dat het nog geruime tijd zal duren voordat dit bekend is, omdat de toetsen en normering voor de groepen 5 en hoger op dit moment (april 2015) nog ontwikkeld worden en de komende jaren stapsgewijs worden ingevoerd.

Om te zorgen dat er voor deze leerlingen toch gebruik gemaakt kan worden van de OPP-trap, is een handmatige versie ontwikkeld. Bij deze versie moet u (naast de vaardigheidsscores) ook zelf de functioneringsniveaus aanklikken. Zie vraag 6b. Op die manier kan ook voor deze leerlingen de OPP-trap worden gebruikt.

 

6a. Hoe werkt de automatische OPP-trap? Wat vul ik waar in?

Vul op pagina 1 de beschikbare vaardigheidsscores (Resultaat in VS) in voor Spellen, Begrijpend lezen en Rekenen die een leerling gehaald heeft op de CITO toets. Excel zet deze om in het functioneringsniveau. Voor Technisch Lezen (AVI) kan het beheersingsniveau worden ingevuld. Als u dat wenst kunt u ook voor de DMT vaardigheidsscores invullen. Excel zet deze scores dan om in de toets waarop deze vaardigheidsscore een III-score geeft op kaart 1+2+3. Voor dit vak heeft CITO namelijk geen functioneringsniveaus opgegeven (zie voor meer informatie het tabblad ‘DMT’).

De gegevens op pagina 1 worden vanzelf in pagina 2 opgenomen. Maak bij het invullen van vaardigheidsscores NOOIT gebruik van de functies ‘knippen’, ‘kopiëren’ of ‘plakken’, maar vul de gegevens één voor één in. Het gebruik van de genoemde functies verstoort namelijk de onderliggende formules in de OPP-trap.

Print pagina 2 in kleur en benut deze als visuele ondersteuning bij het bespreken van de geplande uitstroombestemming. De gekleurde ‘stromen’ geven een globale (en soms ook een voorlopige) inschatting van het type V(S)O. Maak voor elke leerling gebruik van het oorspronkelijke, gedownloade bestand.

 

6b. Hoe werkt de handmatige OPP-trap? Wat vul ik waar in?

Vul op pagina 1 de beschikbare vaardigheidsscores in (Resultaat in VS) in voor Spellen, Begrijpend lezen en Rekenen die een leerling gehaald heeft op de CITO toets. Vul voor deze vakken ook het functioneringsniveau in. Deze functioneringsniveaus kunt u op verschillende plaatsen vinden:

  • Op een uitdraai van de niet-methodetoetsen van uw digitale leerlingvolgsysteem (zoals Parnassys).
  • In de handleiding van de CITO LOVS toetsen voor Speciale Leerlingen (CITO LOVS 2.0).
  • Op de tabbladen in de OPP-trap bij het betreffende vak. Let hierbij goed op of u de leerling heeft getoetst met de 3.0 toetsen of dat u heeft getoetst met de CITO LOVS 2.0. Daarnaast wordt geadviseerd om voor de CITO 3.0 toetsen altijd op de CITO portal te kijken en hier de meest recente normen vandaan te halen (omzetting vaardigheidsscore in functioneringsniveau). Op het moment van uitgeven van de OPP-trap versie 2.5 (april 2015) zijn namelijk nog niet voor alle toetsen en vaardigheidsscores de bijbehorende functioneringsniveaus bekend, omdat CITO de 3.0 toetsen stapsgewijs invoert. Daarnaast geeft CITO zelf aan dat de huidige tabellen een voorlopige indicatie zijn van de koppeling vaardigheidsscore – functioneringsniveau en dat zodra normeringen voor hogere leerjaren bekend zijn, de tabel zal worden aangepast door CITO.

 

Voor Technisch Lezen (AVI) kan het beheersingsniveau worden ingevuld. Als u dat wenst kunt u ook voor de DMT vaardigheidsscores invullen en zelf in de normtabellen nagaan op welke toets dit een III-score is. Voor dit vak heeft CITO namelijk geen functioneringsniveaus opgegeven (zie voor meer informatie het tabblad ‘DMT’). De gegevens die u heeft ingevuld op pagina 1 worden vanzelf in pagina 2 opgenomen.

Maak bij het invullen van vaardigheidsscores en functioneringsniveaus NOOIT gebruik van de functies ‘knippen’, ‘kopiëren’ of ‘plakken’, maar vul de gegevens één voor één in. Gebruik van de genoemde functies verstoort namelijk de onderliggende formules in de OPP-trap.

Print pagina 2 in kleur en benut deze als visuele ondersteuning bij het bespreken van de geplande uitstroombestemming. De gekleurde ‘stromen’ geven een globale (en soms ook een voorlopige) inschatting van het type V(S)O. Maak voor elke leerling gebruik van het oorspronkelijke, gedownloade bestand.

 

7a. Mijn leerling heeft een functioneringsniveau van E5 of E6 gehaald bij begrijpend lezen volgens Parnassys. Hoe zet ik dit in de handmatige OPP-trap?

CITO heeft bij de naamgeving van functioneringsniveaus de namen van de (tussen)toetsen aangehouden. Hierbij heet bijvoorbeeld de tussentoets die tussen M5 en M6 in zit M5M6 en is heeft het bijbehorende functioneringsniveau ook deze naam. In de OPP-trap zijn deze namen van de functioneringsniveaus van CITO aangehouden. Digitale leerlingvolgsystemen (zoals bijvoorbeeld Parnassys) gebruiken soms andere namen voor functioneringsniveaus. Een functioneringsniveau E5 komt dan overeen met functioneringsniveau M5M6. Ditzelfde geldt voor de tussentoets M6M7 (komt overeen met E6). U kunt dus respectievelijk M5M6 of M6M7 in de OPP-trap aanklikken.

 

7b Parnassys geeft voor mijn leerling een functioneringsniveau wat ik niet kan aanklikken in de OPP-trap. Wat doe ik nu?

In de OPP-trap is gebruik gemaakt van de namen die CITO heeft gegeven aan functioneringsniveaus in hun normtabellen. Deze kunnen net anders zijn dan de functioneringsniveaus die een digitaal leerlingvolgsysteem (zoals bijvoorbeeld Parnassys) levert. Als u in uw digitale leerlingvolgsysteem een functioneringsniveau krijgt wat niet in de OPP-trap aan te klikken is, wordt geadviseerd om zelf in de papieren normtabellen van CITO na te gaan wat het functioneringsniveau is. Dit functioneringsniveau is wel aan te klikken in de OPP-trap.

Zie voor meer informatie over functioneringsniveaus met een < of > teken vraag 10 en 11.

 

8. Kan ik nog meer invullen dan de vier basisvakken?

Ja, dat kan. In het onderste vak kunt u (in de automatische en de handmatige versie) een zelf gekozen vak invullen, zoals bijvoorbeeld CITO Woordenschat, CITO Studievaardigheden of een leerlijn zoals beschreven door de CED-groep. U typt in welk vak het betreft; Excel geeft dit dan ook in de legenda bij de grafiek weer op pagina 2. Als dit vak vaardigheidsscores heeft, kunt u dat invullen. Excel maakt echter gebruik van de tweede rij: de functioneringsniveaus die u daar per toetsmoment aanklikt/invult. Het is alleen mogelijk om hier de functioneringsniveaus in te vullen die weergegeven worden in het lijstje (als u op het pijltje bij het hokje klikt), omdat Excel alleen deze functioneringsniveaus in de grafiek kan plaatsen. Wilt u geen gebruik maken van een extra vak? Dan laat u dit en de bijbehorende rijen leeg.

 

9. Ik wil nog andere informatie over de leerling opschrijven in de OPP-trap. Kan dat?

Onder naam / geboortedatum / datum is ruimte gecreëerd voor ‘opmerkingen’. Hier kunt u extra informatie over de leerling noteren als u dat wenst. Daarnaast is het niet mogelijk om extra gegevens over de leerling weer te geven. Als u dat toch wilt, kunt u zelf met pen/potlood extra informatie op de print schrijven.

 

10. Wanneer is een score onbetrouwbaar?

Als een leerling een jaar hoger of lager scoort/functioneert dan de afgenomen toets, is de afgenomen toets onbetrouwbaar. Er moet dan terug-getoetst of door-getoetst worden, omdat deze toets dan te makkelijk of te moeilijk was voor deze leerling: een hogere of lagere toets moet worden afgenomen. In het digitale leerlingvolgsysteem (bijvoorbeeld CITO LOVS of Parnassys) is dit bij de uitslagen van de toetsen voor Speciale Leerlingen vaak aangegeven doordat er een > of < teken wordt gebruikt bij het functioneringsniveau (bijvoorbeeld >M5 of <E7). De vaardigheidsscore is dan onvoldoende betrouwbaar en kan leiden tot een functioneringsniveau dat niet klopt. Dit is uiteraard niet de bedoeling. Zie de handleiding CITO voor meer informatie over het juiste gebruik en de juiste interpretatie van vaardigheidsscores en functioneringsniveaus.

 

11. Wat als een leerling meerdere keren <M3 behaalt?

Als een leerling een vaardigheidsscore haalt die overeenkomt met een functioneringsniveau lager dan M3 niveau, dan wordt dit weergegeven als <M3 en geplot op de x-as van de grafiek. Wanneer een leerling dit meerdere keren haalt, lijkt het in de grafiek alsof deze leerling geen groei laat zien en aan de onderkant van het betreffende voortgezet onderwijs gebied scoort. Dan moet nagegaan worden of dit daadwerkelijk het geval is door de vaardigheidsscores (en eventueel leerrendementen) te analyseren.

 

12. Wat te doen met een vaardigheidsscore van “0” en een hoge AVI?

Een vaardigheidsscore “0” bij Begrijpend Lezen wordt in de automatische versie van de OPP-trap vanwege technische redenen niet omgezet in een functioneringsniveau en niet geplot in de grafiek. Daarom moet bij een vaardigheidsscore van “0” een vaardigheidsscore van “1” worden ingevoerd. Deze wordt wel omgezet naar het functioneringsniveau E3, hetgeen ook het functioneringsniveau is dat past bij een vaardigheidsscore van “0”. Ditzelfde geldt voor een vaardigheidsscore van “0” bij Rekenen en DMT: ook hier moet een “1” worden ingevuld. Dit komt in beide gevallen overeen met een functioneringsniveau <M3.

Een score op AVI zal nooit in HAVO/VWO kunnen vallen vanaf een DL 55, omdat AVI plus overeenkomt met functioneringsniveau M8 (wat in VMBO-GL/TL ligt bij DL 55).

 

13. Mijn leerling heeft een functioneringsniveau van B8, M8 of >M8. Hoe vul ik dit in de OPP-trap in, want ik kan geen M8 aanklikken?

De functioneringsniveaus van CITO geven (net) een andere uitkomst dan de I t/m V scores van CITO. De functioneringsniveaus van CITO gaan tot en met M8. Wanneer een leerling op het niveau van M8 scoort of hoger, betekent dit dat deze leerling waarschijnlijk minimaal in het VMBO-GL/TL gebied scoort. Voor deze leerling met dit niveau, geeft een functioneringsniveau vaak vanaf een DL of 50 een minder goed beeld. Voor deze leerlingen geven de I t/m V scores een beter beeld.

Wanneer een leerling een functioneringsniveau heeft gehaald van B8 of hoger, moet u nagaan of dit (qua vaardigheidsscore) een I-, II-, III-, IV- of V-score is. Dit kunt u vervolgens (in de handmatige versie van de OPP-trap) aanklikken in de tabel op de eerste pagina. In de automatische versie doet Excel dit zelf. Vervolgens zullen de I t/m V-scores bij DL 55 als volgt worden weergegeven in de grafiek van de OPP-trap op pagina 2:

–          I en II-scores vallen in HAVO/VWO (weergegeven ter hoogte van “hokje boven E8” en “E8” in de trap).

–          III-score valt in VMBO-GL/TL (weergegeven ter hoogte van “M8” in de trap).

–          IV-score valt in VMBO-Kader (evenals functioneringsniveau E7; weergegeven ter hoogte van E7 in de trap).

–          V-score is geen functioneringsniveau M8 op een leeftijdsadequate toets, dus niet van toepassing.

Deze indeling is aangehouden, omdat dit de criteria zijn voor het voortgezet onderwijs in de regio waar de OPP-trap is ontwikkeld (regio Het Gooi en omstreken). Houd hier bij de interpretatie van de OPP-trap dus rekening mee als in uw regio andere criteria gelden. Aanpassingen van de OPP-trap aan de criteria in uw regio zijn helaas niet mogelijk.

 

14. Waarom werkt de OPP-trap niet met DLE’s? 

De OPP-trap werkt met vaardigheidsscores, aangezien deze de meest betrouwbare maat zijn voor het functioneren van een leerling. Voor toelating tot het VMBO met Leerwegondersteuning (LWOO) en Praktijkonderwijs (PRO) wordt echter vaak nog gebruik gemaakt van het leerrendement op basis van DLE’s. Op grond van het leerrendement in DLE kan een leerling (net) in een andere route scoren dan op grond van diens vaardigheidsscore. Daarom kan het nodig zijn om voor deze leerlingen ook de DLE’s te gebruiken en zelf te analyseren.

 

15. Wat te doen bij een doublure?

Wanneer een leerling één van de groepen 3 t/m 8 heeft gedoubleerd, kan bij het doorlopen van de laatste groep in het document gebruik worden gemaakt van ‘(65)’ en ‘(70)’ (ook wel twee extra keer ’60’ genoemd). Op die manier is er voldoende ruimte om alle resultaten weer te geven. Let wel: het groepsverloop zoals onderaan in de grafiek weergegeven, klopt dan voor deze leerling niet meer. Dit moet bijvoorbeeld groep 3-4-4-5-6-7-8 zijn bij een doublure in groep 4. Dit is niet aan te passen in het document. Gekozen kan worden om alleen het tweede gedoubleerde jaar in de OPP-trap op te nemen (in dit geval de tweede keer groep 4), omdat dit vaak een eerlijker beeld geeft. Let dan wel op dat bij een eventuele LWOO of PRO aanvraag (o.b.v. leerrendement) de trap bij DL 55 geen goed beeld meer geeft. Bij deze leerling moet namelijk een score (leerrendement) berekend worden over DL 60 (en niet over DL 55).

Bij een doublure zal wellicht gebruik gemaakt worden van DL 60, 65 en 70. Voor deze DL’s geldt dat alleen vaardigheidsscores horend bij een I-score in HAVO/VWO kunnen worden weergegeven. Overige scores zullen altijd in VMBO-GL/TL of lager worden geplot.

 

16. Welk systeem is vereist voor de OPP-trap?

De OPP-trap werkt alleen in Excel voor Windows 2007 of hoger. In eerdere Excelversies zullen bepaalde functies niet (volledig) worden weergegeven of kan de opmaak worden verstoord. De trap werkt ook niet (volledig) in Office voor Mac en Google Docs. Het is technisch niet mogelijk om hiervoor een aangepaste versie te ontwikkelen.

 

17. De grafiek van mijn OPP-trap zet alle puntjes en lijnen op de horizontale as bij één of meer vakken. Of mijn OPP-trap geeft alleen maar hele hoge puntjes in de grafiek. Wat moet ik doen?

Controleer allereerst of u de juiste vaardigheidsscores heeft ingevuld. Let hierbij goed op of u de leerling heeft getoetst met de 3.0 toetsen of met de LOVS 2.0. De koppeling vaardigheidsscores – functioneringsniveaus verschilt bij deze vakken namelijk sterk. Voor de 3.0 toetsen moet u, zoals aangegeven bij vraag 5 en 6, de handmatige versie gebruiken. Kijk tevens of u echt vaardigheidsscores heeft ingevuld (en niet bijvoorbeeld per abuis ruwe scores). Kijk vervolgens of u de juiste functioneringsniveaus heeft aangeklikt (bij de handmatige versie).

Mocht dit alles het geval zijn en de grafiek blijft nog steeds iets anders weergeven dan wat u in de tabel op pagina 1 heeft ingevuld, dan wordt geadviseerd een nieuwe trap te downloaden van www.opptrap.nl. Vervolgens vult u in deze nieuwe trap (ZONDER gebruik te maken van de functies ‘knippen en plakken’, maar handmatig) de behaalde scores in. Waarschijnlijk is namelijk de trap die u gebruikte op een of andere manier beschadigd. De nieuw gedownloade versie zal wel werken.

Ook voor alle andere situaties dat de trap niet werkt: download een nieuwe OPP-trap van de site en vul daar (één voor één) de gegevens op nieuw in.

 

18. Is het mogelijk om van de OPP-trap een eigen versie te laten maken waarin ook andere gegevens in te vullen zijn?

Bij het (door)ontwikkelen van de OPP-trap is zo veel mogelijk tegemoet gekomen aan wensen uit het veld. Zo is het bijvoorbeeld vanaf versie 2.5 mogelijk om de DMT in de OPP-trap in te vullen en daarnaast een vak naar keuze in de trap op te nemen. Het doel van de OPP-trap is heldere communicatie over het OPP aan betrokkenen. Wanneer er nog meer vakken en/of extra informatie in worden opgenomen, is het risico dat er te veel informatie in de trap komt, waardoor de trap niet meer overzichtelijk is. Daarom kan aan wensen voor extra vakken of andere extra informatie geen gehoor worden gegeven. Ook is het tijd technisch helaas niet mogelijk om individuele aanpassingen te doen aan de OPP-trap. Wanneer u zelf graag toch extra informatie in de OPP-trap wilt, wordt geadviseerd dit er handmatig (met pen of potlood) bij te tekenen.

 

19. Hoe weet ik of er een nieuwe versie is?

Wanneer er een nieuwe versie van de ‘OPP-trap’ beschikbaar is, wordt deze op www.opptrap.nl  geplaatst. Op deze site vindt u tevens meer informatie over de OPP-trap.

 

20. Wie heeft de OPP-trap ontwikkeld?

De OPP-trap is ontwikkeld door drs. J.E. Jongbloed – van Wijngaarden, werkzaam op SBO Het Mozaïek  te Hilversum.

 

21. Heb ik toestemming nodig voor het gebruiken van de OPP-trap?

De OPP-trap is ontwikkeld als hulpmiddel in de communicatie over het OPP van een individuele leerling en mag kosteloos gebruikt worden. De OPP-trap mag echter niet zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van J.E. Jongbloed-van Wijngaarden worden gepubliceerd (in welke vorm dan ook) of overgenomen worden op een andere website dan www.opptrap.nl. Ook mag het document niet worden aangepast (op welke manier en in welke vorm dan ook). Naast auteursrechtelijke overwegingen, blijft op deze manier de kwaliteit van het document gewaarborgd. De kwaliteit kan namelijk niet langer worden gegarandeerd als dingen worden aangepast door anderen. Het is wel toegestaan om de OPP-trap te downloaden en voor intern gebruik op een computer/server op te slaan. Hierbij wordt geadviseerd om regelmatig op www.opptrap.nl na te gaan of er nieuwe versies beschikbaar zijn. Daarnaast wordt geadviseerd om voor elke nieuwe leerling het oorspronkelijke bestand te gebruiken (en niet een bestaande leerling aan te passen). Op die manier maakt u altijd gebruik van de meest recente en kloppende versie. Neem hierbij de hierboven beschreven toelichting in het document zorgvuldig in acht. De OPP-trap is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid ontwikkeld. De ontwikkelaar is niet aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade die zou kunnen ontstaan door het gebruik van het document.

 

22. Moet ik de nieuwe handmatige OPP-trap (versie 2.5b) ook gaan gebruiken voor leerlingen die nu de ‘oude’ handmatige OPP-trap (versie 2.5) hebben?

Wanneer u voor een leerling al een handmatige OPP-trap gebruikt (versie 2.5), kunt u beslissen deze te blijven gebruiken. Het is wel goed om in de CITO-portal of in de bijlage van de nieuwe handmatige OPP-trap (versie 2.5b) na te gaan of de vaardigheidsscores zijn omgezet naar de juiste functioneringsniveaus. Mocht u een vaardigheidsscore hebben die leidt tot een functioneringsniveau dat niet aan te klikken is in de oude handmatige OPP-trap (versie 2.5), dan is het verstandig om wel gebruik te gaan maken van de nieuwe handmatige OPP-trap (versie 2.5b).

 

 

Toelichting horend bij OPP-trap versie 2.5 AUTOMATISCH en versie 2.5b HANDMATIG

Januari 2018